Invoegen is een bijzondere manoeuvre
Wie invoegt, moet het overige verkeer voor laten gaan. Bestuurders op de doorgaande rijbaan kunnen soms ruimte maken, maar de invoeger kan daar geen voorrang aan ontlenen.
Een goede invoegprocedure
- Kijk vroeg naar de snelheid en drukte op de hoofdrijbaan.
- Maak op de invoegstrook voldoende snelheid.
- Kies een geschikte ruimte tussen twee voertuigen.
- Controleer binnenspiegel, buitenspiegel en dode hoek.
- Geef richting aan en voeg zonder onnodig remmen soepel in.
Gebruik de lengte van de invoegstrook. Heel vroeg langzaam invoegen maakt het snelheidsverschil groter; wachten tot het allerlaatste moment laat juist geen herstelruimte over.
Examentip
Kijk meerdere keren. De situatie verandert snel terwijl je versnelt. Een enkele blik aan het begin van de strook is niet genoeg om bij het daadwerkelijke invoegmoment veilig te beslissen.
Bron: RVV 1990, artikel 54
